In deze module krijg je duidelijke en praktische kennis: van non-verbale communicatie tot brabbelen, van overextensie tot telegramstijl en van groeiende woordenschat tot de eerste grammatica. Je leert hoe je de ontwikkeling kunt volgen met hulpmiddelen zoals de G-MS en hoe je het verschil ziet tussen een taalachterstand (TOA) en een taalontwikkelingsstoornis (TOS).
Taalontwikkeling begint veel eerder dan je misschien denkt. Nog vóór een kind woorden gebruikt, laat het al veel zien met blikken, geluidjes en lichaamstaal. Daarna hoor je steeds meer: brabbelen, protowoorden, de eerste zinnetjes en uiteindelijk langere verhalen. Elke fase laat iets anders zien en vraagt ook iets anders van jou als pedagogisch professional. Omdat taal zo snel en telkens op een andere manier groeit, is het belangrijk om te weten wat je kunt verwachten en hoe je kansen voor taal herkent in gewone, dagelijkse momenten.
In deze module krijg je duidelijke en praktische kennis: van non-verbale communicatie tot brabbelen, van overextensie tot telegramstijl en van groeiende woordenschat tot de eerste grammatica. Je leert hoe je de ontwikkeling kunt volgen met hulpmiddelen zoals de G-MS en hoe je het verschil ziet tussen een taalachterstand (TOA) en een taalontwikkelingsstoornis (TOS). Zo weet je niet alleen wát kinderen laten zien, maar ook hóe jij taal kunt versterken op een manier die past bij hun leeftijd en ontwikkeling.
Na het volgen van deze module:
- Begrijp je hoe de taal zich ontwikkelt bij kinderen in de leeftijd van 0 tot 4 jaar.
- Ken je de verschillende periodes in de taalontwikkeling.
- Herken je situaties waarin er problemen zijn met de taalontwikkeling.
- Kun je een kind stimuleren om taal te ontwikkelen.
| Productbeschrijving: Vroege taalontwikkeling | Download |





